
Nadat zijn vriendin Winnie bij een ongeval is omgekomen trekt de 17 jarige Talisker naar Schotland. Voor hij de stap naar volwassenheid zet, wil hij de tijd nemen om uit te zoeken wat hij echt belangrijk vindt in het leven. Intussen wordt op de planeet Alba het vredige rijk van Koningin Ananas aangevallen door Koning Pompelmoes en zijn Engelmannen. In het nauw gedreven ziet ze geen andere mogelijkheid dan terug de hulp in te roepen van de bende van Uisque Beatha. Maar wat heeft dit te maken met de geniale Professor Dr Gavin Nathan Cooper en zijn knappe vrouw, het supermodel Gwen? En waarom belandt de Amerikaanse Craig op zijn terugweg uit Australie in het Parijse kruidenierswinkeltje van Aban Ben Abou?
Dit boek is een vervolg op Talisker, de Bende van Uisge Beatha op de planeet Alba. Talisker is intussen twee jaar ouder en bijna volwassen. Hij wil vooruitkijken maar blijft kampen met beelden uit het verleden en de harde realiteit van verlies. Dat hij weer op Alba terecht zal komen kan je al raden. Met een nieuwe opdracht.
En dat hij daarbij weer allerlei mensen en -euh- aliens zal tegenkomen, zal ook geen verassing zijn.
Talisker had een haat-liefde verhouding met regen. En met sneeuw. En eigenlijk met alle weerelementen. Regen was koud en nat en vervelend. Het voelde als piepkleine ketens die met microscopische weerhaken in zijn huid geprikt zaten. Samen vertraagden die ketens al zijn bewegingen, zelfs zijn gedachten, tot ze hem er compleet van weerhielden om nog iets te doen of te denken.
Maar ook, als hij tenminste er de tijd voor had, en ergens lekker warm binnen zat met een soepje of warme chocolade, was het ongelooflijk mooi om de regen met het landschap te zien spelen. In de knusse veiligheid van zijn slaapzak en koffie, volgde hij hoe druppels aan twijgjes zwelden, samenklitten en blaadjes doorbogen tot ze zwanger van zichzelf naar beneden rolden en de sprong waagden naar de volgende tak, zichzelf versplinterend in microdruppels die hongerig op zoek gingen naar hun neefjes om het zelfde fenomeen opnieuw te laten gebeuren.
Talisker zag pijpenstelen met elkaar wedijveren in plassen om de hoogste terugslag. De plassen slurpten aarde tot modder, wonnen stiekem terrein op hun semidroge tegenstanders. Grassprietjes leken samen te scholen en in falanxformatie naar Talisker te wuiven om te verbergen dat hun benen al kniehoog in het water stonden. Tussen het multiharmonisch getik van de druppels, blies de wind een melancholische kreun. Over de aarde zweefde de geur van verse regen. Petrichor.
Talisker werd er nederig van. Misschien was het dat wat hij moest leren. Dat hij slechts een onderdeel was van een machtig mooie wereld. Een wereld, die zelfs in zijn meest enerverende natuurverschijnsel een onbeschrijfelijke schoonheid verborgen hield.
Een eerste versie van dit verhaal werd in 2021 als selfpublished boek beschikbaar onder de titel Talisker en de Engelmannen.
Frank is bezig met het volledig herschrijven van de Talisker reeks (die eerst in het Engels zal verschijnen). Daarom is het nog even wachten op de publicatie van het hernieuwde verhaal.
